Koning Lodewijk Napoleon
Louis Bonaparte werd in 1778 te Ajaccio (Corsica) geboren als jongste
broer van Napoleon Bonaparte. Hij studeerde aan de Franse militaire
school te Châlons-sur-Marne. Evenals als zijn broer Napoleon neemt
hij deel aan de Franse bezetting van Italië (1796-97) en Egypte
(1798-99). In 1806 wordt hij door Napoleon uitgeroepen tot Koning van
Holland. De bedoeling van Napoleon was duidelijk: hij wilde vazalstaten
creëren. Op het hoogtepunt van zijn macht worden er vier Europese
tronen bezet door familieleden van Napoleon.
Lodewijk Napoleon was getrouwd met Hortense de Beauharnais, de stiefdochter
van Napoleon. Ze kregen drie zonen: Napoléon Charles Bonaparte
(de latere Napoleon III), Napoléon Louis Bonaparte, en Louis
Napoléon Bonaparte die 9 dagen na zijn geboorte overleed. Het
huwelijk, dat gearrangeerd was door Napoleon, was verre van gelukkig.
Zowel Lodewijk als Hortense waren actief buiten de echtelijke sponde.
Zo heet het dat Louise Aubry d'Arancey, die in 1809 werd geboren als
dochter van Johanna Hester Smith (een hofdame van Lodewijk Napoleon)
en Antoine Aubry d'Arancey, een onwettig kind is van Lodewijk. Lodewijk
was erbij toen de kleine Louise werd gedoopt. Ook haar voornaam en haar
latere welstand (hoewel haar echtgenoot geen noemenswaardig kapitaal
bezat), doen dit vermoeden. Ook Hortense had minnaars en buitenechtelijke
kinderen.
Lodewijk Napoleon werd verrassend hartelijk ontvangen in Den Haag.
Dit hield verband met een aantal omstandigheden. In de eerste plaats
was er geen sprake van een abrupte omwenteling. Aan het einde van de
achttiende eeuw hadden de stadhouders reeds een quasi-monarchaal gezag
verworven en het volk had onder Schimmelpenninck kunnen wennen aan het
eenhoofdige gezag. Op de tweede plaats was ex-stadhouder Willem V juist
overleden. Zijn volgelingen waren daardoor van hun eed van trouw ontslagen.
Een pikante bijzonderheid is dat de actie van Keizer Napoleon, om zijn
jongste broer 'Koning van Holland' te maken wel enige staatsjuridische
grond had. Willem Frederik, Prins van Oranje-Nassau, zoon van overleden
Erfstadhouder Willem V (de latere Koning Willem I dus!) had namelijk
in 1801 zijn erfelijke rechten op het Stadhouderschap van de Nederlanden
verkocht aan Napoleon. Ten derde was men opgelucht dat de voormalige
Republiek niet ingelijfd was bij Frankrijk want dit zou ten koste zijn
gegaan van de door de Hollanders zo gekoesterde onafhankelijkheid.
Lodewijk Napoleon bouwde verder op de bestuurlijke verworvenheden van
de Bataafse Republiek en de regering van Schimmelpenninck. Zo maakte
hij dankbaar gebruik van het voortreffelijk functionerende bestuursapparaat
dat de bekwame regering van Schimmelpenninck had achtergelaten. Lodewijk
droeg echter zelf ook een steentje bij. Hij voerde onder andere een
uniforme munt in, wat het innen van belastingen vergemakkelijkte en
liet een voor die tijd zeer humane versie van het Wetboek van Strafrecht
samenstellen en zette zich in voor verbetering van de gezondheidszorg
en het onderwijs.
Ook op het culturele vlak heeft hij zijn sporen nagelaten. Hij nam initiatieven
tot de oprichting van de Koninklijke Bibliotheek en van een nationaal
museum. Op 15 september 1809 opende dit Koninklijk Museum zijn deuren
in het Amsterdamse Paleis op de Dam. Deze voorloper van het Rijksmuseum
was gebaseerd op de collectie van de in 1800 geopende Nationale Konst-Gallerij
in Den Haag. Lodewijk ontpopte zich als een ware maecenas en kocht binnen
korte tijd enkele vermaarde collecties voor het museum. Bovendien stimuleerde
hij de eigentijds kunst door het organiseren van een expositie van levende
meesters en het toekennen van prijzen.
Tijdens zijn korte regering werd Lodewijk steeds populairder. Deze populariteit
dankte hij in grote mate aan zijn snelle reactie bij diverse rampen
die het Koninkrijk teisterden. Hij hielp mee bij de rampbestrijding
en de slachtofferhulp. Zo bezocht hij in 1809 de Betuwe na een overstroming
en verstrekte hij financiële hulp aan de slachtoffers. Ook werd
het door de Hollanders bijzonder gewaardeerd dat hij weigerde mee te
werken aan de dienstplicht en het Continentale stelsel. Het in 1806
afgekondigde 'Continentale stelsel' behelsde een blokkade op de handel
van Engeland met andere Europese staten. Dit zou desastreus zijn geweest
voor de Nederlandse economie, ware het niet dat Koning Lodewijk veel
vrijstellingen verleende en nauwelijks toezicht hield op de naleving.
Pas in 1808 sloot hij bijvoorbeeld de havens af voor schepen die niet
uit landen van de bondgenoten komen.
In 1810 werd het Koninkrijk Holland, mede vanwege deze weigeringen,
geannexeerd door Frankrijk. In maart 1810 doen Franse douaniers hun
intrede en worden Zeeland, Brabant en Limburg bij Frankrijk ingelijfd.
Koning Lodewijk Napoleon bezwijkt onder de grote druk en op 1 juli tekent
hij afstand van de troon. Op 9 juli wordt per decreet het Koninkrijk
Holland bij Frankrijk ingelijfd en viel voortaan rechtstreeks onder
het bewind van keizer Napoleon Bonaparte I. Na zijn aftreden als koning
verblijft Lodewijk Napoleon meestentijds in Italië. Hij overlijdt
in 1846.
In de traditionalistische verouderde geschiedschrijving van de 'vaderlandsche
geschiedenis' heeft men geprobeerd om Lodewijk Napoleon uit onze geschiedenis
'weg te schrijven'. Moderner historisch onderzoek levert echter waarderende
beoordelingen van hem op. Op de populariteit die Lodewijk Napoleon als
koning verworven had, kon Willem I zijn bewind bouwen. Zonder Lodewijk
Napoleon was de monarchie in Nederland nooit zo populair geworden!